Chapter 4. Installatie en Hardware Configuratie

Table of Contents
Aanmaken van een Installatie-diskette
Booten van het Linux Installatie Programma
Partitioneren van HardDisk(s)
Instellen van Swap Space
Te formatteren Partities Uitkiezen
Uitkiezen van de Gewenste te Installeren Packages
Hardware Configuratie
Booten met LILO
Downloaden en Installeren van Red Hat Updates

In dit hoofdstuk zullen de procedures die nodig zijn om Red Hat 6.1 op een Intel systeem te installeren, nauwkeurig worden omschreven; de procedures zijn vergelijkbaar of je nu kiest voor een installatie gebaseerd op GUI- of tekst. Aangezien veel van deze informatie reeds goed is gedocumenteerd in de Red Hat User's Guide (geleverd als een papieren handboek in de “Officiële” set in doos, ingesloten in de ``/doc'' directory op de CD, als ook online beschikbaar op ftp://ftp.redhat.com/pub/redhat/redhat-6.1/i386/doc/rhinst/index.htm). Ik heb veel van de details vluchtig doorgenomen. Er zijn echter een paar zaken waarvan ik vind dat ze in de Red Hat gids ontbreken, en daarom zal ik proberen die items in meer detail te behandelen.

Aanmaken van een Installatie-diskette

Voor de eerste stap in het verkrijgen van de Linux Red Hat distributie op een systeem, zal je een manier moeten vinden om het installatieprogramma te starten. De gebruikelijke methode om dit te doen is door een installatiedisk aan te maken, als je echter vanaf CD-ROM installeert en de BIOS van je systeem ondersteunt dit, zou je het installatieprogramma kunnen starten door direct vanaf de CD te booten.

Anders zal je de ``boot.img'' naar een diskette moeten kopiëren om een installatiediskette aan te maken (wat gewoon een afbeelding is van een ext2-geformatteerde Linux bootdiskette met een aanvullend installatieprogramma.). Het ``boot.img'' bestand kan worden verkregen vanuit de /images directory van de Red Hat CD-ROM disk, of worden gedownload via FTP vanaf ftp://ftp.redhat.com in de /pub/redhat/redhat-6.1/i386/images directory (ervan uitgaande dat je Linux op een Intel box installeert).

Je kunt de boot-diskette vanaf een DOS of Windows systeem aanmaken, of vanaf een bestaand Linux of Unix systeem. Voor je doeldiskette kun je gebruik maken van een ongeformatteerde of (voor DOS) voorgeformatteerde diskette -- het maakt geen verschil.

Onder DOS: In de veronderstelling dat je CD-ROM als station D: toegankelijk is, kun je typen:

d:
cd \images
..\dosutils\rawrite

Voor het bronbestand geef je op ``boot.img''. Voor het doelbestand, geef je op ``a:'' (in de veronderstelling dat de diskette die je hebt aangemaakt in station A: is gedaan). Het ``rawrite'' programma zal het ``boot.img'' bestand dan naar de diskette kopiëren.

Onder Linux/Unix: In de veronderstelling dat het bestand ``boot.img'' is te vinden in de huidige directory (het kan zijn dat je de CD-ROM onder /mnt/cdrom moet mounten om het bestand in /mnt/cdrom/images te kunnen vinden), kun je typen:

dd if=boot.img of=/dev/fd0

Het ``dd'' utility zal als zijn invoerbestand (“if”), het ``boot.img'' bestand kopiëren naar het uitvoerbestand (“of”) /dev/fd0 (in de veronderstelling dat je diskettestation toegankelijk is via /dev/fd0).

Tenzij je Linux of Unix-systeem schrijfpermissie toestaat naar het diskette-device, kan het zijn dat je dit commando als superuser uit moet voeren. (Als je het root-wachtwoord kent, typ je ``su'' om superuser te worden, voer het ``dd'' commando uit, en typ vervolgens ``exit'' om naar de normale gebruikersstatus terug te keren).

Met één van de hiervoor genoemde mogelijkheden, zou je nu een opstartbare Red Hat 6.1 installatiediskette moeten hebben, welke je kunt gebruiken om je nieuwe Red Hat Linux-systeem mee te installeren!