Chapter 5. Configureren van het X Window Systeem

Table of Contents
Het X Window Systeem werkend krijgen met de X-Configurator
De X Desktop Manager Gebruiken
Verbeteren van de Font-weergave Onder X
Uitkiezen van een Window Manager voor X
GNOME Installatie en Configuratie
KDE Installatie en Configuratie

Het X Window Systeem, ala “X” (bij velen in het algemeen en onjuist bekend als “X-Windows”) is een GUI welke bovenop Linux is gezeteld. In tegenstelling tot Microsoft Windows, kan het X Window Systeem er op zeer verschillende manieren uitzien en functioneren. Het kan zeer primitief maar ook zeer geavanceerd werken, er mooi of lelijk uitzien, zich zeer mooi en snel óf log en traag voordoen (waarvan ieder subjectieve kwaliteiten zijn die zoveel argumenten tussen gebruikers veroorzaken als de woordenstrijd tussen “Linux vs. Microsoft NT” lijkt te veroorzaken).

X op juiste wijze aan het werk krijgen kan zowel eenvoudig zijn als zo gecompliceerd, dat je je haren wel uit je hoofd kunt trekken! Het is een algemene klacht van gebruikers voor wie Linux nieuw is, en ik heb zelf ontelbare keren met de configuratie-instellingen gevochten, dus ik voel volledig met deze mensen mee. Gelukkig wordt een dergelijke configuratie in de nieuwere Linux-distributies eenvoudiger en meer geautomatiseerd. In feite is het zo dat als je Red Hat 6.1 gebruikt, je je hierover waarschijnlijk geen zorgen hoeft te maken.

Alhoewel X in een meerderheid van de gevallen automatisch kan worden geconfigureerd, zijn er uitzonderingen; Ik raad je aan uit te zoeken of erachter te komen welk type videokaart je hebt en de hoeveelheid video RAM dat op je systeem is geïnstalleerd, als ook het type monitor en daarvan de horizontale en verticale synch rates (deze informatie is meestal beschikbaar op de laatste bladzijden van de gebruikershandleiding van de monitor of ze zijn op het WWW te vinden).

Het X Window Systeem werkend krijgen met de X-Configurator

Er zijn twee belangrijkste methoden om X onder de Linux-distributie Red Hat werkend te krijgen. De eerste en eenvoudigste methode is door gebruik te maken van Red Hat's eigen ``Xconfigurator'' utility. Het utility probeert je hardware te detecteren en installeert de van toepassing zijnde X-software met de juiste configuratie-instellingen.

Als het je na het uitproberen van diverse instellingen met Xconfigurator nog steeds niet lukt, zou het kunnen dat je meer succes hebt met het utility ``xf86config''. Alhoewel het zeker niet zo gebruikersvriendelijk of aantrekkelijk is als Xconfigurator, geeft het je wat preciezere controle bij het configuratieproces.

Als je uiteindelijk nog steeds geen geluk hebt, moet je je mogelijk wenden tot het met de hand wijzigen van het bestand ``/etc/X11/XF86Config'' en diverse instellingen fijnafstemmen. Als dit het geval is, kan het zijn dat je hulp nodig hebt van de Linux-gemeenschap (zie de the section called Waar je voor hulp terecht kunt in Chapter 13 voor details). Echter ontspan -- in een meerderheid van de gevallen verricht de Xconfigurator een uitstekende taak!

Nadat je X juist werkend hebt gekregen, kan het zijn dat je wat teleurgesteld bent over het gebrek aan rijke kleuren. Dit komt omdat X gebruik maakt van een standaardkleurdiepte van 8-bit per pixel (``bpp''). Je kunt echter hogere kleurdiepten gebruiken, in de veronderstelling dat je videohardware dit ondersteunt.

De diverse kleurdiepten worden opgesomd in het bestand ``/etc/X11/XF86Config'', en dit ziet er ongeveer zo uit:

    Subsection "Display"
        Depth       24
        Modes       "800x600" "1024x768"
        ViewPort    0 0
        Virtual     1024 768
    EndSubsection

De sectie hierboven toont de mogelijke resoluties die beschikbaar zijn wanneer gebruik wordt gemaakt van de 24-bit kleurdiepte (800x600 en 1024x768, zoals opgesomd in de “Modes” regel); er kan “tijdens het werken” tussen deze resoluties worden geschakeld met de <Alt><+> en <Alt><-> toetsen.

Tip

Tip: Standaard maakt X bij het opstarten gebruik van de laagste resolutie. Als je dit gedrag net zo min prettig vindt als ik, wijzig je gewoon het bestand ``/etc/X11/XF86Config'' en verwissel je de resoluties (dwz. “1024x768” “800x600”).

Wanneer je met de instelling klaar bent, kun je iedere kleurdiepte handmatig testen door te typen ``startx -- -bpp 24'' (voor de 24-bits diepte) en om er zeker van te zijn dat X goed werkt als je gebruik maakt van de gewenste kleurdiepte).

Als het je is gelukt een hogere kleurdiepte met succes te gebruiken en het als standaardwaarde in wilt stellen, zal je als volgt een bestand genaamd ``/etc/X11/xinit/xserverrc'' aan moeten maken:

exec X :0 -bpp 24

De wijziging hierboven zal X toestaan 24 bits per pixel te gebruiken (als je hier problemen mee ervaart, probeer in plaats daarvan dan 16 of 32).

In de veronderstelling dat je X juist hebt geconfigureerd, is het starten ervan eenvoudig een kwestie van als gebruiker ``startx'' in te tikken. De X GUI zal worden opgestart en nadat je je sessie hebt beëindigd en X hebt verlaten, zal je naar de reguliere Linux-console terugkeren.

X kan naar keuze tijdens de systeemstart worden opgestart, en altijd draaien (zie de the section called De X Desktop Manager Gebruiken voor details over hoe je dit kunt bewerkstelligen). Dit kan handig zijn voor die gebruikers die het niet prettig vinden tegen een “saai” zwart & wit console aan te kijken, of voor degenen die zoveel mogelijk wensen te voorkomen met commandoregel-shells van doen te hebben.