Linux kan ook voorzien in Appleshare services (bv. Macintosh-stijl network file & printer sharing), door gebruik te maken van het Netatalk package. In deze sectie zal worden beschreven hoe gedeelde bronnen te configureren, en hoe ze vanuit client-computers te benaderen.
Voor gebruik van Netatalk heb je Appletalk netwerkondersteuning in je Linux-kernel nodig. Stock kernels van Red Hat hebben deze ondersteuning reeds als een module opgenomen, maar je kunt je eigen aangepaste kernel met dergelijke ondersteuning compileren.
![]() | Noot: Verzeker jezelf ervan dat de ondersteuning voor Appletalk als een module is gecompileerd en niet als onderdeel van de kernel is opgenomen (zie de the section called Linux Kernel Upgrades in Chapter 10 voor details over het upgraden of aanpassen van de Linux-kernel). Anders zal je problemen ervaren bij het stoppen en vervolgens weer herstarten van de Netatalk daemon. |
Zodra je er zeker van bent dat je kernel capabel is voor de ondersteuning van Appletalk, zal je het Netatalk package moeten installeren. Omdat Netatalk niet met de Red Hat distributie wordt meegeleverd, zal je een kopie moeten dowloaden en installeren. Het Netatalk package is te vinden op de “contrib” site van Red Hat, op ftp://ftp.redhat.com/contrib/libc6/i386/.
Nadat Netatalk is geïnstalleerd, kan het zijn dat je één of meer configuratiebestanden in ``/etc/atalk/'' moet aanpassen. In de meeste bestanden staan voorbeelden van de configuratie, en daarom is het op z'n minst wat zelfdocumenterend. Het zijn de bestanden:
In dit bestand bevindt zich de configuratie voor het fijnafstemmen van je Netatalk-daemon. Deze informatie wordt gespecificeerd in omgevingsvariabelen, en het bestand wordt door het opstartscript van Netatalk voordat de service wordt gestart “gesourced” (dwz. gelezen). Je kunt het aantal simultane verbindingen opgeven, of guest-logins wel of niet zijn toegestaan, enz. Het is vrijwel zeker dat je dit bestand overeenkomstig je behoeften aan wilt passen.
In dit bestand staat informatie over de te gebruiken netwerk-interface, als ook je Appletalk routing, naamregistratie, en andere daaraan gerelateerde informatie. Waarschijnlijk zal je deze informatie niet aan hoeven passen; de vereiste netwerk-informatie wordt gedetecteerd en aan dit bestand toegevoegd als je voor het eerst de Netatalk-server opstart. Wellicht wil je echter de naam van je server toevoegen.
![]() | Noot: Typ ``man atalkd'' voor meer informatie over dit bestand. |
In dit bestand is het mogelijk aanvullende parameters op te geven die aan Netatalk als commandoregel-opties worden doorgegeven. Je kunt opgeven via welke poort je de Netatalk server wilt draaien, een loginbericht toevoegen welke aan gebruikers wordt getoond die een verbinding maken, als ook andere daaraan gerelateerde opties. Waarschijnlijk hoef je dit bestand niet aan te passen.
![]() | Noot: Typ ``man afpd'' voor meer informatie over dit bestand. |
In dit bestand staat informatie over het activeren van Mac-gebruikers om naar netwerkprinter-shares af te drukken. Ik heb hier nog niets mee gedaan dus helaas kan ik je hierover niet adviseren.
![]() | Noot: Typ ``man papd'' voor meer informatie over dit bestand. |
In dit bestand staan de beschikbare gezamenlijke bestanden opgesomd, die een Mac-gebruiker na het inloggen te zien zal krijgen. Vul het pad in naar de directory van het bestand, gevolgd door een tekstuele beschrijving ervan, voor het activeren van een gedeelde bron. Bijvoorbeeld:
~ "Home" /archive/busdept "Business Department Common Files" |
(Hiermee zal in twee gedeelde bronnen worden voorzien voor verbonden Mac-gebruikers: hun homedirectory, als ook een gezamelijk gebied voor de business department).
![]() | Tip: Een handige truc hier is gedeelde bronnen met hetzelfde pad naar bestanden onder Samba in te stellen, waardoor je gebruikers worden voorzien in platform onafhankelijke gezamenlijke bestanden voor zowel je Mac als ook je Windows-gebruikers. Zie de the section called Windows-stijl File en Print Services met Samba voor details over het gebruik van Samba. |
In dit bestand staan ook de gezamenlijke bestanden net als in ``AppleVolumes.default'',het verschil is dat deze gedeelde bronnen beschikbaar zullen zijn voor alle gebruikers, ongeacht of ze wel of niet inloggen. In dit bestand staan ook de bestandstype toekenningen. Je zal dit bestand waarschijnlijk niet hoeven wijzigen, tenzij je algemene gedeelde bronnen voor iedereen beschikbaar toe wilt voegen; dit is voor de meeste mensen waarschijnlijk niet zo verstandig.
Zodra alles is ingesteld met de van toepassing zijnde configuratie-informatie, kun je de Netatalk-services handmatig opstarten door het intikken van:
/etc/rc.d/init.d/atalk start |
(De services zouden bij de systeemstart automatisch op moeten starten).
Meer informatie over Netatalk kan worden verkregen vanaf de Netatalk Home Page op http://www.umich.edu/~rsug/netatalk/. Bovendien is zeer behulpzame configuratie-informatie beschikbaar in de Linux Netatalk HOWTO, beschikbaar op http://thehamptons.com/anders/netatalk/.