Installeren en Upgraden Zonder RPM

Soms kan je het nodig vinden een applicatie te installeren of upgraden waarvan geen RPM-package beschikbaar is. Uiteraard is het zeker mogelijk om iets dergelijks te doen (in feite is het in de “echte” wereld van Unix “feitelijke standaard” wijze om iets te doen), maar ik raad het je niet aan, tenzij het absoluut noodzakelijk is (zie de the section called Het gebruik van de Red Hat Package Manager (RPM) voor redenen over het waarom).

Mocht het nodig zijn dat je iets vanuit tarballs installeert, dan is de algemene stelregel voor systeemomvattende software-installaties het in het bestandssysteem ``/usr/local/'' te plaatsen. Daarom zouden source-tarballs in ``/usr/local/src/'' uit moeten worden gepakt, terwijl de resulterende binaire bestanden waarschijnlijk in ``/usr/local/bin'' zouden worden geïnstalleerd, en de bijbehorende configuratiebestanden in ``/usr/local/etc/''. Het volgen van een dergelijk schema zal de administratie van je systeem er wat eenvoudiger op maken (ofschoon niet zo eenvoudig als op een systeem samengesteld uit alleen RPM-archieven).

Tenslotte zouden eindgebruikers die software vanuit tarballs voor eigen privé-gebruik willen installeren, dit waarschijnlijk onder hun eigen homedirectory doen.

Na het downloaden van het tar-archief vanaf je betrouwbare software-archief, ga je naar de van toepassing zijnde top-level directory en pak je het archief uit door het typen (zonodig als root) van de commando's als in het volgende voorbeeld:

tar zxvpf cardgame.tar.gz

Met dit commando zullen alle bestanden vanuit het gecomprimeerde ``cardgame.tar.gz''-archief worden geëxtraheerd. Met de optie ``z'' wordt aan tar opgegeven dat het archief met gzip is gecomprimeerd (dus laat deze optie achterwege als je tarball niet is gecomprimeerd); met de optie ``x'' wordt aan tar opgegeven alle bestanden vanuit het archief te extraheren. De optie ``v'' staat voor verbose, het weergeven van alle bestandsnamen naar het display als ze worden geëxtraheerd. De optie ``p'' beheert het origineel en de permissies die de bestanden hadden toen het archief werd aangemaakt. Als laatste de optie ``f'' waarmee aan tar wordt opgegeven dat het allereerste daaropvolgende argument de bestandsnaam is. Vergeet niet dat de opties van tar hOoFdLeTtErGeVoElIg zijn.

Caution

Pas op: Zoals reeds vermeld in de the section called Terugzetten met ``tar'': in Chapter 8, raad ik je aan eerst gebruik te maken van de optie ``t'' voor het weergeven van de inhoud van het archief om de inhoud te verifiëren vóór het werkelijk extraheren van de bestanden. Dit doen kan helpen voorkomen dat bestanden in onbedoelde lokaties worden uitgepakt, of zelfs nog erger, per ongeluk bestaande bestanden overschrijven.

Zodra het tar-archief in de van toepassing zijnde directory is geïnstalleerd, zal je bijna zeker een ``README'' of een ``INSTALL'' bestand aantreffen tussen de nieuw geïnstalleerde bestanden, met verdere instructies over hoe het software-package voor gebruik voor te bereiden. Vermoedelijk zal je commando's vergelijkbaar met het volgende voorbeeld uit moeten voeren:

./configure
make
make install

Met deze commando's zou de software worden geconfigureerd om er zeker van te zijn dat het systeem de nodige functionaliteit en library's heeft om het package succesvol te kunnen compileren, alle bronbestanden naar uitvoerbare binaire bestanden worden gecompileerd, en vervolgens zouden de binaire en alle ondersteunende bestanden naar de van toepassing zijnde lokaties worden verplaatst. De werkelijke procedures die je zal moeten volgen, kunnen uiteraard tussen de diverse software-packages variëren, dus je zou alle opgenomen documentatie grondig door moeten lezen.

Nogmaals, ik raad je echt aan tar-archieven te vermijden en het te houden bij RPM als dat kan, tenzij het absoluut noodzakelijk is.