Het kan verstandig zijn van tijd tot tijd je Linux-kernel te upgraden. Dit zal je de mogelijkheid geven met nieuwe mogelijkheden en bugfixes bij te blijven zodra ze beschikbaar komen. Of misschien dat je Linux op nieuwe of speciale hardware draait, of bepaalde mogelijkheden wenst te activeren waarvoor een aangepaste kernel nodig is.
In deze sectie zal het upgraden en aanpassen van een nieuwe kernel worden beschreven. Het is niet zo moeilijk als je wellicht denkt!
Aankondigingen van nieuwe kernelversies kunnen via diverse bronnen worden verkregen, waaronder de nieuwsgroep comp.os.linux.announce, als ook op de websites http://freshmeat.net/ en http://slashdot.org/.
Merk alsjeblieft op dat er thans twee “stromen” kernel development zijn -- één stroom wordt aangemerkt als “stabiele” releases, terwijl de andere stroom wordt aangemerkt als “development”-releases. Voor kritieke applicaties zoals een Internet-server, is het sterk aan te bevelen dat je de stabiele releases gebruikt en de development kernels uit de weg gaat.
Het verschil tussen de twee stromen is dat met de development kernels, nieuwe nog niet geteste hardware-drivers, bestandssystemen en andere ontwikkelingen regelmatig worden geïntroduceerd. Deze kernels zijn alleen voor hackers -- mensen die het niet uitmaakt hun systeem te rebooten, mocht een kernelbug naar de voorgrond treden.
De stabiele kernels introduceren alleen nieuwe mogelijkheden en drivers als ze grondig zijn getest. Minor releases in deze stroom dienen er ook voor eventuele resterende gevonden en gecorrigeerde fouten op te schonen.
De twee stromen gebruiken versienummers anders, als hulpmiddel onderscheid te maken tussen de twee stromen. De stabiele kernels worden met een even tweede nummer (bv. 2.0.35, 2.0.36, 2.2.4) aangeduid, terwijl de development kernels zijn genummerd met een oneven tweede nummer (bv. 2.1.120, 2.1.121, 2.3.0).
De laatste stabiele kernel is altijd in het bronformaat als ook als voorgecompileerd binair formaat beschikbaar op de FTP-site ftp://ftp.redhat.com/redhat/updates/. Download de gewenste kernelpackages voor je versie en platform (je zou bijvoorbeeld naar de directory ``/6.1/i386/'' navigeren en de ``kernel-*.i386.rpm'' bestanden voor de 6.1 versie om de Intel-versie te downloaden).
![]() | Noot: Je hoeft de kernel-sources niet te downloaden tenzij je van plan bent zelf een aangepaste kernel te bouwen (zie de the section called Bouwen van een Aangepaste Kernel voor details over het bouwen van een aangepaste kernel). |
Soms kan je het nodig vinden een kernel te gebruiken welke nog niet beschikbaar is als een RPM. In dit geval kan je de laatste kernels vinden op de FTP-site ftp://ftp.kernel.org, in de /pub/linux/kernel/ directory. Ga naar de van toepassing zijnde major versie subdirectory (bv. ``v2.0''), waarin alle kernel-releases tot aan de meest huidige voorkomen. Download het gewenste kernel package (als voorbeeld, het gecomprimeerde tar-archief voor versie 2.0.36 voor het Intel platform zal ``linux-2.0.36.tar.gz'' zijn genoemd) en pak het uit in de directory ``/usr/src''.
![]() | Noot: De meeste gebruikers-geïnstalleerde applicaties die niet vanuit RPM worden geïnstalleerd, zouden volgens afspraak onder de directory ``/usr/local/src/'' moeten worden uitgepakt, maar dit is een kernel-tree en dus maken we in dit geval een uitzondering. :-) |
Houd alsjeblieft in de gaten dat als je besluit je kernel door het downloaden van een tarball te upgraden, je het beslist zelf zal moeten configureren, compileren en installeren. Tenzij je speciale behoeften hebt waarvoor de allerlaatste ontwikkelaars kernel is vereist, raad ik je ten zeerste aan je kernel via de door Red Hat geleverde RPM-bestanden te upgraden -- deze zijn voor je voorgeconfigureerd en voorgecompileerd, alhoewel je ook een aangepaste kernel vanuit RPM-bestanden kunt compileren als je dat wenst.