Om aan de instelling van je nieuwe Red Hat systeem te beginnen, boot je óf vanaf de installatie-CD óf doe je de installatiediskette in station A: en herstart je het systeem óf zet je het systeem aan. Na een paar tellen, zou het scherm van het Red Hat installatieprogramma moeten verschijnen.
In de meeste gevallen, kun je gewoon op <Enter> drukken om het installatieproces te beginnen, maar als je een meer ervaren gebruiker bent die precies weet hoe zijn hardware-devices zouden moeten worden ingesteld, dan kun je ``expert'' intikken voor de aanvullende informatie en aanwijzingen waarin deze feature voorziet. (Als je niets doet, zal de standaard installatieprocedure na ongeveer 10 tot 15 seconden na de eerste verschijning van het installatiescherm, opstarten).
Er zal je vervolgens worden gevraagd naar de taal (meestal “English”) en het type toetsenbord (zelfs in Canada koos ik “US 101-key”), als ook als waar je vanaf installeert (zoals vanaf je CD-ROM of via het netwerk). Red Hat is zeer flexibel in waar het vanaf geïnstalleerd kan worden.
Zeer waarschijnlijk zal je kiezen voor ``Local CDROM'' om vanaf je Red Hat CD-ROM te installeren (die in je CD-ROM apparaat gedaan zou moeten zijn). Als je systeem echter niet met een CD-ROM apparaat is uitgerust, zijn er een aantal andere installatiemethoden waaruit je kunt kiezen.
Als je een ander Linux-systeem hebt (of enig ander besturingssysteem dat NFS file mounting ondersteunt), kun je gebruik maken van ``NFS'' om vanaf een NFS mount te installeren. Om dit te doen, zal je je CD-ROM onder het andere systeem moeten zijn gemount (of anders de directory-structuur van Red Hat ergens op het andere systeem moeten hebben -- het is mogelijk alles via FTP te downloaden en het vervolgens vanaf de harddisk van je andere systeem te installeren), zorg ervoor dat er een record voorkomt in het bestand /etc/exports waardoor toegang tot de daarvoor bestemde directory wordt toegestaan voor het nieuwe systeem. (zie de the section called Network File System (NFS) Services in Chapter 7 voor details over hoe je NFS instelt en gebruikt), en vul vervolgens de juiste details in. Hier is een voorbeeld:
Doe de Red Hat CD er onder het andere systeem (bv. een systeem genaamd ``spock'') in.
Om de CD te mounten, typ je:
mount /dev/cdrom /mnt/cdrom -t iso9660Wijzig als superuser, het bestand ``/etc/exports'' en plaats er een regel in als:
/mnt/cdrom nieuwsys.mijndomein.naam(ro)(Hiermee wordt aangegeven dat het nieuwe systeem op nieuwsys.mijndomein.naam read-only toegang heeft tot de directory ``/mnt/cdrom/'' en alle daaronder liggende subdirectory's).
Als er aan je nieuwe systeem nog geen domeinnaam is toegekend, kun je in plaats daarvan het IP-adres gebruiken:
/mnt/cdrom 10.23.14.8(ro)(In de veronderstelling dat je nieuwe systeem als IP-adres 10.23.14.8 heeft).
Typ wederom als superuser:
killall -HUP rpc.nfsd ; killall -HUP rpc.mountdHiermee zullen je NFS en mountd daemons worden herstart, wat noodzakelijk is voor je nieuwe NFS export zal functioneren.
Nu kun je als installatiebron vanaf je nieuwe systeem kiezen voor ``NFS''. Er zal je worden gevraagd informatie te geven over je netwerkkaart, als ook je IP-instellingen. Je zal waarschijnlijk gebruik gaan maken van static IP-instelllingen als je systeem voorkomt op een lokaal LAN, of DHCP-instellingen als je systeem bijvoorbeeld is aangesloten op een kabelmodem. Vul de van toepassing zijnde instellingen voor je systeem in.
Er zal je dan worden gevraagd de naam van de NFS-server en Red Hat directory in te vullen. Voor ons voorbeeldsysteem, zouden we ``spock'' invullen als de naam van de NFS-server, en ``/mnt/cdrom/'' voor de Red Hat directory.
Er zijn nog andere manieren om Red Hat te installeren, zoals met behulp van een Samba-verbinding (netwerk in de stijl van Windows), vanaf een bestaande partitie op je harddisk (zoals je DOS- of Windows 95 partitie), of via FTP. Kijk in de Red Hat gebruikersgids voor meer details over het installeren aan de hand van dergelijke methoden, of probeer je er gewoon doorheen te worstelen (de procedures zijn echt niet zo moeilijk!)
Zodra je een installatiebron hebt uitgekozen, zal Red Hat je vragen of je een “Install” of “Upgrade” op je systeem uit wilt voeren. Als je een nieuw systeem gaat installeren, zou je moeten kiezen voor “Install”. (Even terzijde, ik ben iemand die nooit een upgrade uit zal voeren van een nieuwe distributie-release over bestaande systemen -- Ik denk dat dat komt omdat ik met Microsoft producten zoveel problemen tegen ben gekomen, dat ik een veelbetekenend wantrouwen heb opgebouwd tegen het sowieso upgraden van systemen. Ik geef er de voorkeur aan de installatie vanaf het begin opnieuw te doen en mijn persoonlijke/gebruikers en lokale site-bestanden vanaf een backup terug te zetten).
Het installatieprogramma zal vervolgens vragen of je een SCSI-adapter hebt. Als je yes antwoordt, zal je worden gevraagd de hiervoor bestemde driver uit te kiezen. In een aantal gevallen, zal Red Hat je adapter automatisch kunnen detecteren.
Daarna zal je worden gevraagd je bestandssystemen op te zetten, (d.w.z. één of meer drives voor Linux te partitioneren). Er zijn twee tools beschikbaar voor het instellen van deze partities, waaronder de met Red Hat meegeleverde “Disk Druid”, en het standaard Linux “/fdisk” utility.
Beide tools zijn qua functie gelijk, en geven je de mogelijkheid partitie-typen en groottes te specificeren. Disk Druid blijkt wat “gebruikersvriendelijker” en wat completer dan fdisk te zijn. In feite is het zo dat als je fdisk gebruikt om je harddisks te partitioneren, je het Disk Druid scherm voor je krijgt om hoe dan ook je mountpoints te specificeren. Dat als ex-Slackware gebruiker te hebben gezegd, gebruik ik persoonlijk altijd fdisk -- macht der gewoonte, denk ik! :-)
De volgende sectie zal in detail beschrijven hoe en waarom je je partitie-informatie op zou moeten zetten.