Na het installeren van de packages, zal Red Hat de apparaten op je systeem gaan configureren. In de meeste gevallen, behalve met zeer nieuwe hardware die mogelijk nog niet volledig door Linux wordt ondersteund, is het installatieprogramma erg goed in de automatische configuratie.
De aanwijzingen die je te zien krijgt zijn zeer ongecompliceerd:
Detectie van je muis (waaronder de keuze tussen 2- en 3-knops modellen. Als je een 2-knops muis hebt, zal je wellicht de 3-knops emulatie willen activeren).
Detectie van je videokaart
Uitkiezen van je monitor
Het draaien van de ``XConfigurator'' om het X Window Systeem te configureren (wellicht wil je kiezen voor de optie “Probe” voor het automatisch detecteren van je kaart. Als je hier een fout krijgt, maak je er dan niet druk om, aangezien je later kunt zorgen voor de X-configuratie, nadat je systeem beschikbaar en werkend is; zie Chapter 5 voor details).
Selectie van videomodes (je kunt voor de standaardwaarden kiezen, of je kunt de videomodes die je onder het X-Window systeem wilt gebruiken fijnafstemmen).
LAN configuratie
Klok en tijdzone configuratie
Startup services (de standaardselectie is waarschijnlijk het beste, maar nogmaals, je kunt de <F1> indrukken om een beschrijving te krijgen van wat een gegeven service doet)
Printer configuratie
Toekenning van het root-wachtwoord (kies iets dat veilig is!)
Aanmaken van een bootdisk [ wees niet lui! Maak er één! :-) ]