Booten met LILO

Vervolgens moet het installatieprogramma een bootloader naar je harddisk wegschrijven. De bootloader (LILO op Intel systemen) is verantwoordelijk voor het booten van Linux samen met enige andere besturingssystemen als je je systeem voor multi-boot hebt ingesteld. (zie de the section called Multi-boot met Andere Besturingssystemen voor details).

In het dialoogvenster “Lilo Installation” wordt je gevraagd te kiezen waar het bootloader image naar zou moeten worden weggeschreven. Je zal het waarschijnlijk in het master bootrecord van je eerste disk willen installeren (meestal /dev/hda voor IDE, /dev/sda voor SCSI).

Zodra je de lokatie hebt geselecteerd waarnaar de bootloader kan worden weggeschreven, verschijnt er een tweede dialoogvenster, waarbij je de mogelijkheid wordt geboden extra boot-time configuratieparameters in te voeren. Meestal hoef je hier niets in te voeren, maar als je meer dan 64 Mb RAM hebt, zal je hier een speciale parameter op moeten geven om Linux gebruik te kunnen laten maken van het extra RAM (anders zal het slechts gebruik maken van de eerste 64 Mb). Als er zich bijvoorbeeld 128 Mb Ram in je computer bevindt, zou je in kunnen voeren:

append="mem=128M"

Als je SCSI-drives op je systeem hebt, of je wenst LILO op een partitie met meer dan 1023 cylinders te installeren, kan het nodig zijn de optie “Use linear mode” te activeren. Als het niet is geactiveerd, kan het activeren van deze optie geen kwaad, dus waarschijnlijk is het een goed idee om het wel te doen.

Multi-boot met Andere Besturingssystemen

Tenslotte, zal je een derde dialoogvenster worden gepresenteerd, waarin de beschikbare partities zullen worden weergegeven als je je systeem zo hebt ingesteld dat er tijdens de systeemstart uit Linux en andere besturingssystemen kan worden gekozen. Hier kun je namen toekennen aan je andere besturingssystemen (die je tijdens het booten achter de “LILO”-prompt in zal voeren om het gewenste besturingssysteem te booten. Het installatieprogramma kent aan iedere opstartbare partitie reeds standaardnamen toe, dus het is niet nodig ze te wijzigen, tenzij de standaardwaarden je niet bevallen.

Het standaard besturingssysteem dat tijdens de systeemstart zal worden geboot, is natuurlijk Linux. Als je dat echter wilt, kun je de standaardwaarde op één van de andere gedefinieerde besturingssystemen instellen.

Na het installeren van de bootloader op je harddisk, presenteert het installatieprogramma je hopelijk een dialoogvenster met “Congratulations”, waarmee wordt aangegeven dat Linux succesvol is geïnstalleerd. Verwijder de installatiediskette (als er één is), en druk op <Enter> om je systeem opnieuw te booten...in Linux!

Linux zal booten, en als alles goed gaat, krijg je een “login”-prompt te zien. Van hieruit, zou je als “root” in moeten kunnen loggen met het wachtwoord dat je tijdens het installatieproces hebt toegekend.